Odds

Odds helpen je bepalen of een call de moeite waard is. Je vergelijkt de prijs van je call met de kans dat je hand verbetert. Daardoor zie je sneller of doorspelen logisch is, of dat je juist te veel betaalt voor een draw.
Voor veel beginnende pokerspelers voelt dat in het begin best lastig. Toch is de basis eenvoudiger dan je misschien denkt. Zodra je begrijpt wat pot odds zijn en hoe hand odds werken, wordt het veel makkelijker om situaties aan tafel goed in te schatten.
Bovendien helpt deze kennis je om rustiger te spelen. Je hoeft dan niet alleen op gevoel te vertrouwen. In plaats daarvan kijk je naar de verhouding tussen risico en beloning. Dat zorgt vaak voor sterkere beslissingen op de lange termijn.
Op deze pagina leggen we stap voor stap uit wat odds zijn, wat pot odds en hand odds betekenen en hoe je die twee met elkaar vergelijkt en toepast bij Texas Hold’em. Ook laten we zien waar veel spelers de fout in gaan en waarom een call soms goed voelt, maar toch niet winstgevend is.
Wat zijn odds in poker
Odds zijn verhoudingen. In poker gebruik je ze om te beoordelen of een beslissing wiskundig klopt.
Meestal gaat het om twee soorten odds. Pot odds laten zien wat een call kost. Hand odds laten zien hoe groot de kans is dat je hand verbetert.
Die twee horen bij elkaar. Je wilt namelijk weten of de prijs van je call goed genoeg is voor de kans die je krijgt.
Wat zijn pot odds

Pot odds laten zien hoeveel je moet betalen in verhouding tot wat er al in de pot zit. Daarmee kun je snel beoordelen of een call aantrekkelijk is.
Je kijkt dus niet alleen naar het bedrag dat je moet callen. Belangrijker is wat je kunt winnen ten opzichte van die call.
Voorbeeld van pot odds
Stel dat er € 45 in de pot zit en je tegenstander zet € 5 in. De pot wordt dan € 50 en jij moet € 5 callen.
Je krijgt dan pot odds van 10 tegen 1. Je betaalt dus 1 deel om 10 delen te kunnen winnen.
Dat lijkt simpel, maar juist dit soort berekeningen bepalen vaak of een call goed of slecht is.
Wat zijn hand odds

Hand odds laten zien hoe groot de kans is dat je jouw hand verbetert. Daarbij kijk je meestal eerst naar je outs.
Heb je een draw, dan tel je hoeveel kaarten jouw hand beter maken. Daarna zet je die kans om naar een percentage of verhouding.
Op deze pagina houden we het praktisch. Daarom kijken we vooral naar een snelle schatting voor de eerstvolgende kaart.
Hand odds snel schatten
Een eenvoudige vuistregel helpt veel beginners. Krijg je nog één kaart te zien, dan vermenigvuldig je je outs met 2.
Heb je 10 outs, dan heb je dus ongeveer 20 procent kans om op de volgende kaart te verbeteren. De kans dat je mist is dan ongeveer 80 procent.
Zet je dat om naar een verhouding, dan kom je grofweg uit op 4 tegen 1. Je mist dan ongeveer vier keer voor elke keer dat je hit.
Laten we eens kijken:
- Outs x 2 = % [kans op succes] bij de volgende kaart
- 100 – % [kans op succes] = % [kans op mislukken]
- % [kans op mislukken] / % [kans op succes] = [kans op mislukken] : 1
Hoe vergelijk je pot odds en hand odds
Hier draait het uiteindelijk om. Je wilt weten of de prijs van je call gunstig genoeg is voor de kans dat je hand verbetert.
Zijn je pot odds beter dan je hand odds, dan kan een call op de lange termijn winstgevend zijn. Zijn je pot odds slechter, dan betaal je meestal te veel.
Voorbeeld van de vergelijking
Stel dat jij €5 moet callen om een pot van €50 te winnen. Je krijgt dan pot odds van 10 tegen 1.
Heb je in die situatie hand odds van ongeveer 4 tegen 1, dan is de prijs van je call gunstiger dan je kans op verbetering.
Zo’n call is dan vaak logisch. Niet omdat je deze ene hand zeker wint, maar omdat dezelfde beslissing op de lange termijn geld kan opleveren.
Draai je het voorbeeld om, dan zie je het verschil meteen. Krijg je pot odds van 3 tegen 1, maar zijn je hand odds 5 tegen 1, dan betaal je te veel.
Extra rekenvoorbeelden
Extra rekenvoorbeelden maken odds vaak sneller begrijpelijk. Je ziet dan niet alleen de regel, maar ook hoe je die aan tafel toepast.
Daarom is het slim om meerdere korte situaties te laten zien. Zo leert de bezoeker het verschil tussen goede en slechte calls sneller herkennen.
Rekenvoorbeeld 1: kleine call, sterke pot odds
Stel dat er € 90 in de pot zit en je tegenstander bet € 10. Jij moet € 10 callen om een pot van € 100 te kunnen winnen.
Je krijgt dan pot odds van 10 tegen 1. Heb je in deze situatie hand odds van ongeveer 5 tegen 1, dan is callen vaak logisch.
Je betaalt in dit voorbeeld weinig in verhouding tot wat je kunt winnen. Daardoor zijn je pot odds beter dan je hand odds.
Rekenvoorbeeld 2: draw met te dure call
Stel dat er €30 in de pot zit en je tegenstander zet €15 in. Jij moet dan €15 callen om een pot van €45 te kunnen winnen.
Je krijgt daarmee pot odds van 3 tegen 1. Heb je op dat moment hand odds van ongeveer 5 tegen 1, dan betaal je te veel om door te spelen.
In zo’n situatie voelt een draw soms nog aantrekkelijk. Toch is folden dan vaak de betere beslissing.
Rekenvoorbeeld 3: flush draw op de flop
Je hebt op de flop een flush draw en dus meestal 9 outs. Krijg je nog één kaart te zien, dan kom je met de snelle vuistregel uit op ongeveer 18 procent kans op verbetering.
Omgerekend is dat grofweg 4,5 tegen 1. Krijg je voor je call betere pot odds dan dat, dan kan callen logisch zijn.
Zijn je pot odds slechter, dan moet je oppassen. Dan betaal je vaak te veel voor je kans op verbetering.
Rekenvoorbeeld 4: open-ended straight draw
Stel dat je een open-ended straight draw hebt. In veel gevallen heb je dan 8 outs.
Krijg je nog één kaart te zien, dan heb je ongeveer 16 procent kans op verbetering. Dat komt neer op ongeveer 5,25 tegen 1.
Krijg je dus maar 4 tegen 1 voor je call, dan is dat meestal niet genoeg. Krijg je 6 tegen 1, dan wordt een call veel interessanter.
Rekenvoorbeeld 5: kans van flop naar river
Soms wil je weten hoe groot je kans is als je nog twee kaarten te zien krijgt. Met 9 outs kom je dan met de vuistregel uit op ongeveer 36 procent.
Dat is een nuttige schatting, maar gebruik haar met beleid. Je betaalt nu namelijk voor de volgende kaart, niet meteen voor beide kaarten samen.
Daarom is deze berekening vooral handig als achtergrond of wanneer je verwacht later goedkoop door te kunnen zien.
Waarom de volgende kaart vaak het belangrijkst is
Veel spelers rekenen op de flop meteen door tot de river. Dat geeft een bruikbare indruk, maar het is niet altijd de beste basis voor een beslissing op dit moment.
Je betaalt nu namelijk voor de volgende kaart. Daarom is het vaak beter om je hand odds eerst te baseren op die eerstvolgende kaart.
Dat voorkomt dat je te optimistisch rekent. Zeker wanneer er later opnieuw actie komt, kan een draw minder aantrekkelijk zijn dan hij eerst lijkt.
Odds zijn belangrijk, maar niet alles
Odds geven richting, maar niet altijd het hele antwoord. Poker draait ook om positie, ranges, stackdiepte en toekomstige actie.
Soms lijken de pot odds goed, maar is een call toch zwak. Dat gebeurt bijvoorbeeld als je outs niet schoon zijn of als een tegenstander vaak al erg sterk is.
Ook implied odds kunnen meespelen. Dan kijk je niet alleen naar de huidige pot, maar ook naar geld dat je later nog kunt winnen.
Toch begint een goede beslissing bijna altijd bij dezelfde vraag. Kloppen de pot odds en hand odds met elkaar?
Veelgemaakte fouten bij odds
Beginners maken vaak dezelfde fouten. Daardoor lijken draws aantrekkelijker dan ze werkelijk zijn.
Een bekende fout is het te ruim tellen van outs. Spelers rekenen dan kaarten mee die ook een sterkere hand voor een tegenstander mogelijk maken.
Daarnaast vergelijken veel spelers de prijs van een call met hun kans op turn én river tegelijk. Dat maakt de situatie vaak mooier dan ze werkelijk is.
Ook gaan percentages en verhoudingen vaak door elkaar lopen. Daarom helpt het om eerst één manier van rekenen goed onder de knie te krijgen.
Praktisch voorbeeld met een flush draw

Stel dat je op de flop een flush draw hebt. In de meeste gevallen heb je dan 9 outs.
Gebruik je de snelle vuistregel voor de volgende kaart, dan kom je uit op ongeveer 18 procent kans op verbetering. Omgerekend is dat grofweg 4,5 tegen 1.
Daarna kijk je naar de prijs van je call. Zijn je pot odds beter dan die hand odds, dan kan callen logisch zijn. Zijn ze slechter, dan is folden vaak beter.
Wil je hier sneller in worden, lees dan ook onze pagina’s over outs en outs berekenen.
Doe de quiz en test of je goed begrijpt hoe Odds werken.
Heb je onze pagina over Odds goed gelezen en begrijp je alles? Test in deze quiz of je pot odds en hand odds goed begrijpt. Zo zie je snel of je de basis van odds in poker beheerst.
Two-Card Odds

Veel pokerstrategie bronnen of sites instrueren spelers om hun hand kansen op de Flop te berekenen, gebaseerd op de kansen van een Out dat een hand op de Turn of de River verbetert, in plaats van de Odds te beperken tot enkel de eerstvolgende kaart. Dit wordt gedaan door de Outs te vermenigvuldigen met 4 in plaats van 2. Dit is geweldig als je gewoon wilt weten hoe groot de kans is dat je een hand maakt op elk moment na de Flop, maar de fout zit hem in het feit dat je deze Two-Card Odds gebruikt om je Pot Odds te berekenen.
Waarom wij Two-Card Odds afraden
Een hand met vijf Outs heeft een winstkans van 4 : 1 wanneer je rekening houdt met twee kansen om te hitten, maar het heeft een winstkans van 8 : 1 met alleen de eerstvolgende kaart die wordt gedeeld.
Wanneer je na de Flop inzet met 4 : 1 Hand Odds, zou je de € 10 inzet van een tegenstander waarschijnlijk callen voor een pot van € 40 (5 : 1 Pot Odds op een € 50 pot). Echter, wanneer je niet hit op de Turn en jouw tegenstander nog eens € 10 inzet, waardoor de totale waarde van de pot op € 70 komt (€ 60 van de vorige inzetronde, inclusief jouw call van € 10), kijk je naar 7 : 1 Pot Odds met 8 : 1 Hand Odds. Deze Odds geven aan dat je nu een hand moet folden waar je net € 10 voor hebt betaald.
Hierom is het aangeraden om je Hand Odds te baseren op de eerstvolgende kaart (zoals hierboven uitgelegd), wanneer je met de Pot Odds vergelijkt, of dit nu de Turn of de River betreft.